Het is eigenlijk helemaal niet zo vreemd dat we er steeds meer achter komen dat cultuur, beeldende vorming en ambachten goed zijn voor ons welzijn.
Ons brein is een complex orgaan dat voortdurend zoekt naar balans. In onze moderne samenleving wordt die balans vaak verstoord: we worden voortdurend talig aangesproken – via lezen, schrijven, vergaderen, mails, rapportages. Dat is waardevol, maar eenzijdig.
Door ook te werken met beeld, beweging en motoriek brengen we het brein weer in evenwicht. Tekenen, keramiek, wandelen of zelfs een potje voetbal stimuleren andere hersengebieden. Ze zorgen ervoor dat ons cognitieve systeem niet alleen taal verwerkt, maar ook ervaart, voelt, ziet en beweegt.
Tekenen als geheugensteun
Onderzoek van Harvard Medical School (2016) liet zien dat tekenen het geheugen sterker activeert dan enkel noteren of lezen. Wanneer we informatie tekenen, combineren we taal met visuele verwerking en motorische handelingen. Dat maakt dat de herinnering zich dieper vastzet. Een lijstje opschrijven helpt, maar een tekening maken bij dat lijstje helpt nog beter. Dit principe geldt niet alleen voor studenten, maar net zo goed voor professionals die complexe informatie moeten onthouden en structureren.
De rol van motoriek
Activiteiten die gebruikmaken van fijne en grove motoriek, zoals tekenen, kleien, houtbewerken of breien – blijken ook een groot effect te hebben op ons brein. Onderzoek van University College London toont aan dat zulke activiteiten de neuroplasticiteit bevorderen: het vermogen van de hersenen om nieuwe verbindingen te maken. Voor ouderen kan dit het risico op cognitieve achteruitgang verminderen. Voor jongeren kan het juist de ontwikkeling van focus en probleemoplossend vermogen versterken.
Niet voor niets worden keramiek en schilderen steeds vaker ingezet in revalidatieprogramma’s. Na een beroerte of ongeluk helpt het kneden van klei of het zetten van lijnen bij het herstellen van fijne motoriek en hand-oogcoördinatie.
Cultuur en welzijn: het WHO-rapport
De Wereldgezondheidsorganisatie publiceerde in 2019 een groot rapport waarin meer dan 900 studies werden samengebracht. De conclusie was helder: actieve deelname aan kunst en cultuur verlaagt stress, vermindert angstklachten en vergroot sociale verbondenheid. Of het nu gaat om zingen in een koor, tekenen in een groep of wandelen langs kunst in de openbare ruimte: cultuur draagt bij aan welzijn én gezondheid.
Musea in Nederland en Scandinavië spelen hier al op in. Zo zijn er programma’s waarbij ouderen met beginnende dementie deelnemen aan kunstworkshops of rondleidingen. De kunst wordt dan niet gepresenteerd als kennisobject, maar als aanleiding voor gesprek, herinnering en plezier.
Ambacht als tegengif tegen prestatiedruk
Ambachten zoals keramiek, houtbewerken of weven vragen geduld, herhaling en aandacht. Precies het tegenovergestelde van de hectiek waarin veel mensen dagelijks leven. Het Crafts Council in het Verenigd Koninkrijk liet zien dat werken met de handen gevoelens van eigenwaarde vergroot en depressieve klachten kan verminderen. Het gaat niet om het eindproduct, maar om het proces: je ziet je handen iets maken, je voelt materiaal veranderen, je merkt je eigen invloed op de wereld.
Sport als motor voor het brein
Zelfs voetbal of wandelen passen in dit bredere plaatje. Coördinatie, balans en samenwerking zijn niet alleen fysiek, maar ook cognitief. Het brein traint voortdurend om bewegingen af te stemmen, situaties in te schatten en met anderen samen te werken. Het is geen toeval dat sport in steeds meer contexten wordt gezien als middel om ook cognitieve functies scherp te houden.
Terug naar balans
De rode draad in al deze voorbeelden: ons brein floreert bij veelzijdigheid. Wanneer we uitsluitend talig werken, lezen, schrijven, vergaderen, raken we uit balans. Door beeldende vorming, cultuur en ambachten serieus te nemen, herstellen we die balans. Het gaat niet om “iets creatiefs voor erbij” of “een leuke hobby”, maar om een essentieel onderdeel van onze cognitieve en emotionele ontwikkeling.
Onze verre voorouders wisten dat al. Hun grotschilderingen waren niet alleen kunst, maar ook kennisoverdracht, geheugensteun en communicatie. Tekenen, maken en bewegen waren vanaf het begin verweven met denken. Pas veel later is dat gereduceerd tot taal als onze dominante vorm. Het is tijd om die rijkdom weer terug te brengen.
Tot slot
Het is dus niet vreemd dat cultuur, ambacht en beeldende vorming steeds vaker in verband worden gebracht met welzijn. Het is ook niet nieuw, het is een herontdekking van iets dat altijd al bij ons hoorde.
Misschien is de belangrijkste boodschap dit: wie zijn brein gezond wil houden, moet het meer geven dan woorden. Je doet er dus goed aan na het lezen van deze blog een potje te gaan voetballen. Of alle kleurpotloden die je in huis hebt, uit te testen.
Bronnen
Fancourt, D., & Finn, S. (2019). What is the evidence on the role of the arts in improving health and well-being? A scoping review. World Health Organization, Regional Office for Europe.
https://www.who.int/publications/i/item/what-is-the-evidence-on-the-role-of-the-arts-in-improving-health-and-well-being-a-scoping-review
