Tekenen laat niet zien wie je bent, maar wat je hebt geleerd. In deze blog onderzoek ik hoe tekenen ons bewust kan maken van de systemen die we volgen, en van de momenten waarop we durven loslaten.
Wanneer ik teken, lijkt het alsof ik de wereld bestudeer. Alsof ik probeer te begrijpen wat ik zie. Maar steeds vaker merk ik dat hoe ik teken, de manier waarop mijn hand zich beweegt, de keuzes die ik maak, niet zozeer iets zegt over wie ik ben, maar over wat ik heb geleerd.
We denken vaak dat tekenen iets neutraals is: je kijkt, je observeert, je zet lijnen. Maar de manier waarop we geleerd hebben te kijken, is niet vrij. Ze is gevormd door systemen, door onderwijs, cultuur, esthetiek, door eeuwen aan regels over wat een “goede” tekening is. Perspectief, verhouding, compositie: het zijn allemaal structuren die ooit bedoeld waren om grip te krijgen op de werkelijkheid.
Het systeem als onzichtbare docent
Vanaf het moment dat we leren tekenen, krijgen we subtiel ingeprent wat ‘goed’ is. Een cirkel moet rond zijn, een mens moet kloppen in verhouding, een landschap hoort diepte te hebben. Deze richtlijnen lijken technisch, maar dragen een wereldbeeld in zich: een verlangen naar controle, overzicht, beheersing. Ze leren ons niet alleen zien, maar vooral ordenen.
Mijn kleine tekeningen
Ik heb altijd klein getekend. Niet uit angst of bescheidenheid, maar omdat ik de wereld wil aanraken in kleine gebaren. Elke lijn, elke boog, elk schaduwvlak is voor mij een beslissing, een intiem gesprek tussen hand en papier.
Toch kreeg ik vaak te horen dat het te klein was. Dat ik groter moest werken, meer lef moest tonen, het beeld moest openen. Ik kreeg uitleg over hoe ik met verbindingslijnen en afstanden kon werken, hoe ik het papier kon vullen. En dat klopt allemaal, technisch gezien.
Model tekenen
15 minuten portret studies
Grafiet op met antiekwas ingewreven bamboepapier 21 x 29,7 cm

Maar zodra ik het systeem volg, verlies ik iets. Mijn lijnen worden berekeningen in plaats van gedachten. Het zoeken verdwijnt. De twijfel, die voor mij juist het hart van het tekenen vormt, wordt gladgestreken.
In dat moment besef ik hoe nauw tekenen en bewegen tussen systeem en zelf met elkaar verweven zijn. Groter tekenen, meer perspectief gebruiken, past binnen de taal van het systeem. Klein tekenen, tastend, onvolmaakt, is mijn manier om aanwezig te blijven bij wat ik niet helemaal begrijp, om ruimte te laten voor het niet-weten.
Beweging tussen systeem en zelf
Elke tekening is een onderhandeling tussen wat ik geleerd heb en wat ik zelf ervaar. Soms beweeg ik dichter naar het systeem toe, om te begrijpen, te ordenen, te leren. Soms beweeg ik ervan weg, om weer te kunnen voelen, om te vergeten wat ik geleerd heb. Het is geen strijd tussen goed of fout, maar een voortdurende dans, tussen kennis en intuïtie, tussen herhaling en ontdekking.
Slotgedachte
Misschien zegt onze tekenwijze uiteindelijk niet wie we zijn, maar wat we zijn gaan geloven dat goed kijken is. Toch kunnen we, door te tekenen, juist dat systeem zichtbaar maken, en soms zelfs loslaten.
Want op het moment dat je niet meer tekent zoals je het geleerd hebt, maar zoals je werkelijk ziet, komt er iets van vrijheid in beeld.
Niet als identiteit, maar als mogelijkheid.
