Categorieën
Visie op tekenen

Waar is tekenen gebleven?

Iedereen tekent als kind. Lijnen, cirkels, monsters, mama’s, regenbogen. Zonder oordeel, zonder twijfel. Tot het ergens onderweg stokt. Meestal halverwege de lagere school. Dan krijgen we te horen dat tekenen iets is voor wie er ‘echt goed in is’, of dat het vooral een creatieve bezigheid is, geen serieuze manier om te denken, te leren of te communiceren.

Maar tekenen is niet zomaar een vaardigheid of een hobby. Het is een taal. Een manier om te begrijpen wat je voelt, wat je ziet, wat je denkt. En het is misschien tijd om ons af te vragen: hoe zijn we dat vergeten?

Vanaf het eind van de zeventiende eeuw, met de opkomst van de Verlichting, veranderde onze verhouding tot kennis. Rede, logica en meetbaarheid kwamen centraal te staan. Denken moest voortaan in woorden, in cijfers, in systemen. De schriftelijke taal kreeg een hogere status dan de beeldtaal, en kennis werd steeds vaker vastgelegd in encyclopedieën, handboeken en academische teksten. Wat niet in woorden of schema’s paste, werd als minder betrouwbaar gezien. Beelden, intuïtie en gevoel raakten langzaam uit zicht.

Toch verdwijnt onze natuurlijke aanleg niet. Terwijl onderwijs, wetenschap en samenleving zich herschikten rond schrift en systemen, blijft de behoefte aan visuele expressie in ons verankerd. Want in aanleg is ieder mens een beelddenker. We herkennen vormen. We onthouden via contouren. We voelen via kleur, ritme en beweging.

Tekenen is daarom veel meer dan een vorm van expressie of vermaak. Het is denken met je lichaam. Een manier om structuur aan te brengen in wat nog onduidelijk is. Een vorm van luisteren naar wat je nog niet onder woorden kunt brengen. Tekenen heeft een eigen grammatica: lijnen, vormen, ritmes, vlakken. Een eigen vocabulaire van materialen, technieken, gebaren. En net als bij gesproken of geschreven taal geldt: hoe vaker je het gebruikt, hoe rijker je wordt in wat je kunt uitdrukken.

Wat we verliezen als we tekenen niet meer serieus nemen, is moeilijk te meten, juist omdat we het vergeten zijn. In het onderwijs is het visuele denken nauwelijks ingebed, terwijl veel kinderen (en volwassenen) daar juist hun kracht vinden. In de wetenschap en op de werkvloer worden complexe ideeën bijna uitsluitend in tekst en grafieken gevat, terwijl een schets soms meer duidelijk maakt dan duizend woorden. En in het dagelijks leven durven veel mensen niet meer te tekenen, uit angst om ‘niet goed genoeg’ te zijn.

Toch beweegt er iets. Steeds meer mensen ontdekken tekenen opnieuw: als visueel notuleren in vergaderingen, als onderzoeksmethode in de kunsten, als hulpmiddel in therapie of coaching. Tekenen komt terug, maar nog te vaak als bijzaak. Terwijl het juist een manier kan zijn om opnieuw te leren zien. Om verbinding te maken. Om de wereld te ordenen en te begrijpen, niet alleen met ons hoofd, maar ook met ons lichaam.

Taal vormt overtuigingen. Beeld brengt je dichter bij wat je ervaart. Beide kunnen sturen, maar beeld laat je voelen waar taal je vaak iets wil laten vinden.

Tekenen is nooit echt verdwenen. Het is alleen weggeorganiseerd. Naar de randen van het curriculum. Naar het museum. Naar de hobbyclubs en naar het kind dat zich nog niet schaamt. Maar wat als we het weer zouden omarmen als een volwaardige taal? Wat als we zouden erkennen dat sommige dingen zich nu eenmaal niet laten zeggen, maar wél laten tekenen? Dan ontstaat er ruimte. Voor andere vormen van weten. Voor een andere verhouding tot de wereld. Voor leren, voelen, denken, begrijpen door beeld.